Blog

Een gelukkig Nieuwjaar

Met glazige ogen kijkt hij me aan.
Ik heb net een pleidooi gehouden, de verborgen schatten in de Euregio te benutten.
Ik vertelde hem dat, als we blijven denken dat de lamp alleen in Amsterdam brandt, we aan de laatste mem hangen.
Werkelijk glazig kijkt hij me aan.
En ik ga met stemverheffing verder: “Mijn werk verplicht me dagelijks om van Hasselt naar Eupen en van Luik naar Heerlen te rijden. Elke dag opnieuw schakel ik tussen het Duits het Frans en het Nederlands. En als we er niet meer uitkomen gaan we over naar het Engels. Na een tijd weet je niet beter. Als ik dan s ’avonds voor het slapen gaan mijn rekening opmaak, zit mijn hoofd vol met beelden. Een frisse wind waait er doorheen. “Wat let ons”, vraag ik hem?
Glazig kijkt hij me aan.
 
De afgelopen kerstdagen, toen er eindelijk tijd was om breed uit te waaieren tijdens discussies en dus ook de plaatselijke politiek uit mijn Belgische geboortedorp ter sprake kwam, bleek wantrouwen jegens verkozenen van allochtone oorsprong, als argument gebruikt te worden waarom drie maanden na de verkiezingen partijen nog steeds niet in staat waren een coalitie te vormen. Een meesterzet van de voormalige burgemeester stond er in de krant. Zo dwaalden de woorden rond tijdens het kerstdiner. Terwijl wij, of we nu willen of niet “allemaal van elkaar zijn. Ras of kleur” zoals een Belgische columnist, bevangen door de kerstgedachte, opmerkte.
De een kijkt je glazig aan, de ander klemt zich vast aan het bekende en vertrouwde en je hoort beiden denken: ach wat, de grote wereld is ver weg! De kloof tussen het individu en de wereld lijkt er niet kleiner op te worden, integendeel.
 
Ik herinner me nog, hoe opgewonden ik was toen ik op mijn 12-13e Maurice Bejard’s La Messe pour les Temps Present mocht zien. Die dansvoorstelling joeg mijn jonge lijf  vol adrenaline.
Ik herinner me nog hoe ik op mijn 16e in Londen de beelden van Henry More zag. Later de films van Bergman, de voorstellingen die Ritsaert Ten Kate (ook allang weer zaliger) in Mickery Amsterdam bracht. Adrenaline, energie viel me ten deel. Het waren oefeningen. Oefeningen in het aanleren van een bepaald soort van competenties. Je leerde buiten de bekende paden te treden. Een beter mens werd je er niet van maar je vensters gingen er van open staan.
Daarom zit ik jaren later, als afgeleide van die momenten van overrompeling, zinnen te tikken als: “ik heb net een pleidooi gehouden waarin ik….”.
Blijf ik pleiten voor het in positie houden van kunst en cultuur.
Maak ik me druk voor een project als culturele hoofdstad .
Naïef noemen sommigen dat. Goede voornemens voor 2013 noem ik het.
Een gelukkig nieuwjaar wensen wij elkaar. 

Guido Wevers
2 januari 2013